F. Bordewijk (1884 - 1965)

Ferdinand Bordewijk (Amsterdam, 10 oktober 1884 – Den Haag,
28 april 1965) was een Nederlands schrijver die tot de stromingen
van de nieuwe zakelijkheid en het magisch realisme wordt gerekendFerdinand Johan Wilhelm Christiaan Karel Emil Bordewijk liet zijn
zes voornamen wijzigen in Ferdinand bij beschikking van de
arrondissementsrechtbank van Den Haag op 13 maart 1919.
Hij studeerde rechten in Leiden. Na zijn studie ging hij in Rotterdam werken op een advocatenkantoor. In 1916 debuteerde hij zonder veel succes met de dichtbundel Paddestoelen onder het pseudoniem Ton Ven. Hij kreeg meer erkenning met de drie korte romans, Blokken (1931), Knorrende beesten (1933) en Bint (1934) en twee langere romans, Rood paleis (1936) en Karakter (1938). Blokken is een roman over een dystopie (anti-utopie) en verscheen één jaar eerder dan Brave New World van Aldous Huxley, die hij "een enorme prul" noemde. Bordewijk huwde op 1 augustus 1914 met de Nederlandse componiste Johanna Roepman. Hij schreef onder andere het libretto voor haar opera Rotonde uit 1941.
Namen
Bordewijk is beroemd geworden om zijn creativiteit in het bedenken van namen van romanfiguren. In Bint komt het volgende rijtje voor: Peert – Kiekertak – Bolmikolke – Klotterbooke – Taas Daamde – Whimpysinger – De Moraatz – Van der Karbargenbok – Surdie Finnis - Schattenkeinder. Enkele namen uit Karakter: Dreverhaven – Katadreuffe – Stroomkoning – Te George – Rentenstein – De Gankelaar. In Blokken zijn de enige namen deze: Glüschaint - De Marcas - Tannenhof - Tekalopte - Ypsilinti.
Prijzen
1949 - Prijs voor kunsten en wetenschappen voor Noorderlicht
1953 - P.C. Hooftprijs voor De doopvont en Studiën in volkscultuur
1957 - Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvreBibliografie
1916 - Paddestoelen (onder het pseudoniem Ton Ven)
1918 - Een koning van de frase (in: Groot Nederland)
1919 - Fantastische vertellingen, verhalen
1923 - Fantastische vertellingen, tweede bundel
1924 - Fantastische vertellingen, derde bundel
1931 - Blokken (roman)
1933 - Knorrende beesten; de roman van een parkeerseizoen (roman)
1934 - Bint, de roman van een zender (roman)
1935 - De laatste eer, grafreden
1935 - 't Ongure Huissens
1936 - Rood paleis; ondergang van een eeuw
1936 - IJzeren agaven; studie in zwart met kleuren
1937 - De wingerdrank (roman)
1938 - Huis te Huur (onderdeel Boekenweekgeschenk 1938)
1938 - Karakter; roman van zoon en vader (roman)
1940 - De Korenharp
1940 - Drie toneelstukken
1941 - Apollyon (roman)
1944 - Verbrande erven (als Emile Mandeau)
1946 - Eiken van Dodona
1946 - Veuve Vesuvius
1947 - Bij gaslicht
1947 - Vijf fantastische vertellingen
1948 - Noorderlicht
1948 - Plato's dood, symfonisch gedicht
1948 - Rotonde (opera)
1949 - Blokken, Knorrende beesten, Bint (bundel)
1949 - Het eierschild
1949 - Nachtelijk paardengetrappel
1949 - Zwanenpolder; twintig verhalen
1950 - Vertellingen van generzijds
1951 - De korenharp, nieuwe reeks
1951 - Studiën in volksstructuur
1952 - De doopvont
1954 - Haagse mijmeringen
1954 - Mevrouw en meneer Richebois; twintig korte verhalen
1955 - Arenlezing uit De korenharp (bloemlezing)
1955 - Bloesemtak
1955 - Onderweg naar Beacons; twaalf korte verhalen
1956 - Geachte confrère; splendeurs en misères van het beroep van advocaat
1956 - Halte Noordstad; vermeerderd met drie eenacters en een monoloog (toneelstuk)
1956 - Tien verhalen
1957 - Idem; tien parodieën
1958 - De aktentas, tien korte verhalen
1959 - De zigeuners; twaalf korte verhalen en een schets
1960 - Centrum van stilte; vijf verhalen
1961 - Tijding van ver
1961 - Paddestoelen (raad in) rijm (onder het pseudoniem Ton Ven)
1962 - Wandelingen door Den Haag en omstreken (onder het pseudoniem Ton Ven)
1964 - Lente; zeven verhalen
1964 - Jade, jaspis en de jitterbug (onder het pseudoniem Ton Ven)
Bron : Wikipedia